DLWO-wensen bij Zuyd

In het kader van het traject om te komen tot een toekomstige digitale leer- en werkomgeving bij Zuyd heeft heeft het I-team vorige week een rondje gemaakt langs de faculteiten. Dit rondje was bedoeld om de DLWO-wensen te inventariseren. Het ging om de vraag hoe onze digitale leer- en werkomgeving er over een aantal jaren uit moet zien. Uit de gesprekken met de ICTO-verantwoordelijken op de drie locaties (Sittard, Heerlen en Maastricht) kwam het volgende beeld naar voren.

Het onderwijs wordt in de toekomst flexibeler, meer open en de student komt (meer) centraal te staan. De toekomstige digitale leer- en werkomgeving moet deze ontwikkeling ondersteunen. Dit betekent voor de DLWO dat deze niet zozeer cursus gecentreerd maar veeleer student gecentreerd zou moeten zijn: leeractiviteiten van de student centraal. Verder werden genoemd als belangrijk: alle informatie moet vanuit één plek en vanuit verschillende devices te benaderen zijn /single sign-on. De nieuwe DLWO moet vooral gemakkelijk nieuwe toepassingen en tools kunnen koppelen en is het dus van belang dat er gebruik gemaakt wordt van open standaarden. Er werd gesproken van een open flexibel ecosysteem waarin nieuwe applicaties en toepassingen ingehangen kunnen worden. Met minder barrières voor de buitenwereld / het werkveld: het onderwijs en dus ook de DLWO moeten meer open.

Introductie_zuyd_2

Voor gepersonaliseerd leren zijn learning analytics en bijbehorende toetsmethodes nodig. Learning analytics moeten studenten op maat van studiemateriaal kunnen voorzien en hen bijstaan in hun studie. Maar daar zitten grote privacy kwesties aan vast. In ieder geval moeten we voor het verrijken van het onderwijs meer gebruik gaan maken van video’s: in het bijzonder kennisclips / flitscollege werden genoemd. Video’s van onszelf, van studenten, maar ook extern materiaal, met meer mogelijkheden tot interactiviteit: embedden, taggen, discussie, notificatie. In het algemeen moet de omgeving meer mogelijkheden bieden voor interactie. En moet het onderwijs worden omgevormd tot een “blend” van online en offline onderwijs waarbij het flipped class model en game based concepten als Kahoot met name werden genoemd. Maar het college blijft, direct contact tussen student en docent is van belang.

Bij het toetsen van de toekomst ging het over digitale afname, de behoefte aan digitale tools om open vragen en essays te lijf te kunnen en digitale toetsanalyse. Maar ook de mogelijkheden om samen te werken met externen (uitgevers en b.v. Microsoft) en het belang van samenwerking met andere hogescholen (gemeenschappelijke toetsdatabank, benchmarking). Bij het uitbreiden van de mogelijkheden tot formatieve toetsing, maar ook bij summatieve toetsing, b.v. op basis van rubrics, spelen learning analytics opnieuw een belangrijke rol. Met z’n voors en tegens. Verder werden genoemd het belang van het mogelijk maken van het uploaden van studentmateriaal, ook video’s.

De noodzaak van meer samenwerking binnen de hogeschool, met andere hogescholen en met onze omgeving kwam telkens terug. Daarvoor zijn een aantal basale zaken van belang zoals krachtige, open Wi-Fi en standaardisering van roostertijden. Maar ook: gemakkelijke gedifferentieerde toegang tot leeromgevingen voor externen en de studenten meer instrumenten in handen geven: studenten moeten zelf groepen kunnen maken samen met externen en van elkaar kunnen zien wat ze hebben gedaan. Meer discussiemogelijkheden voor studenten onderling. Voor samenwerking is het ook van belang dat er meer duidelijkheid komt over wie welke rol speelt in het onderwijs: uitgebreide wie is wie met rollen, talenten, verantwoordelijkheden en functies. Verder werd genoemd een docentlocatiesysteem om de docent beter bereikbaar te laten zijn.  Samenwerken is niet in de laatste plaats een kwestie van cultuur: je moet niet bang zijn om te delen, je moet netwerken kunnen onderhouden, energie steken in informele samenwerking en je moet sociale media (kunnen) gebruiken. Dropboxachtige oplossingen in de cloud zijn daarbij ook heel nuttig: overal benaderbaar, voldoende opslagruimte, simpel. Voor de meer formele samenwerking is een DMS met versiebeheer, notificatiemogelijkheden e.d. van belang. Ook relevant hierbij zijn zoek-, workflow- en archiveringsmogelijkhden (t.b.v. de accreditatie).

Voor het doen van onderzoek zijn enquête- en analysetools voor kwantitatief en kwalitatief onderzoek en referentiesystemen van belang. Deze moeten niet alleen beschikbaar zijn voor docenten/onderzoekers, maar ook voor studenten. Onderzoeksresultaten moeten beter beschikbaar komen. DIZ is een vooruitgang, maakt literatuur gemakkelijker toegankelijk. HBO-kennisbank (beter) integreren in de DLWO en kijken naar de mogelijkheden van semantische databases.

Maar uiteindelijk kan een DLWO van de toekomst alleen maar slagen door de mensen die erin participeren. We hebben behoefte aan informatievaardige docenten en studenten die op een bepaald niveau met ICT en informatie kunnen omgaan. Dat deze digitale competenties zowel in het onderwijs als in de docentprofessionaliseringstrajecten verder ontwikkeld zullen moeten worden kwam uit alle drie de bijeenkomsten naar voren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *