Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen

Het College van Bestuur van Zuyd heeft ingestemd met het voorstel van Marcel van der Klink, lector van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs, voor een aanpak voor studeerbaarheid. Doel is dat zoveel mogelijk studenten binnen de reguliere opleidingsduur een diploma behalen, waarbij ze alle competenties verwerven die voor een entree en eerste loopbaanfase als professional essentieel zijn. Hiermee wordt een koers uitgezet naar een studeerbaar curriculum, op basis van een geïntegreerde en systematische aanpak. Deze aanpak verhoogt niet alleen de studeerbaarheid van de opleidingen van Zuyd, maar zorgt ook voor een doceerbaar curriculum en het reduceert tevens de onderwijslogistieke complexiteit. Het uitzetten van deze koers vraagt aandacht voor de inrichting van het curriculum en voor het proces van het ontwerpen van het curriculum (uit: Besluitenlijst/Mededelingen College van Bestuur, nr. 159, 12 april 2016).

Samenvatting van de nota van Marcel van der Klink
‘Een aanpak voor studeerbaarheid’ (11 april 2016)

Op vele opleidingen worden curricula herzien en wordt  gewerkt aan het verbeteren studeerbaarheid. Een studeerbaar curriculum zorgt er voor dat zoveel mogelijk studenten binnen de reguliere (en gefinancierde) opleidingsduur een diploma verwerven, waarbij ze gedurende de opleiding alle competenties verwerven die voor een entree en eerste loopbaanfase in hun professie essentieel zijn. Studeerbaar betekent ook dat de opleiding wordt ervaren als een niet overladen curriculum met herkenbare samenhang binnen en tussen de opleidingsonderdelen. Een studeerbaar curriculum zorgt er tevens voor dat studenten tevreden zijn over hun studie, het draagt bij aan hun opleidingsmotivatie en hun betrokkenheid en het zorgt er voor dat studie-uitval tot een acceptabel niveau wordt teruggebracht. Het blijkt dat we steeds harder werken (hoge werkdruk bij docenten) voor minder resultaten (hoge studie-uitval).

Marcel van der Klink, lector Professionalisering van het Onderwijs bij Zuyd heeft op basis van publicaties van o.a. Dochy, Van der Akker, Kessels en eigen onderzoek principes voor een studeerbaar en doceerbaar curriculum geformuleerd. De principes zijn ingedeeld in principes voor de inrichting van het curriculum en voor het proces van het ontwerpen van het curriculum. In zijn inleiding schrijft Marcel:

Er wordt wel eens beweerd dat er als opleiding niet veel aan is te doen, omdat vooral student-gebonden kenmerken verantwoordelijk zijn voor studeerbaarheid. Alsof studeerbaarheid een natuurverschijnsel is en we daar geen vat op kunnen hebben. Dat is veel te kort door de bocht geredeneerd en veronachtzaamd dat wij zelf daar een verantwoordelijkheid in moeten blijven nemen, en ons laten informeren door onze eigen ervaringen, ervaringen bij andere hogescholen en door de groeiende wetenschappelijke literatuur. Dat we aan studeerbaarheid blijven werken verwacht de overheid, de maatschappij en ook onze (toekomstige) studenten van ons. En dat verwachten we ook van onszelf daar we binnen Zuyd het adagium hanteren dat we er alles aan doen om iedere student te helpen een gewilde professional te worden!

Onderstaande principes bieden essentiële input voor de inhoud van visiedocumenten, voor de kaders die ontwikkelteams krijgen aangereikt, en voor het uitwerken ervan in allerhande onderwijsmaterialen. Daarnaast zijn deze principes bruikbaar als evaluatiecriteria voor curricula om de mate van studeerbaarheid vast te stellen. De principes voor het ontwerp van het curriculum geven sturing aan het ontwerpproces voor het (her)ontwerpen van curricula. Het toepassen van deze principes is niet alleen bevorderlijk voor de studeerbaarheid van onze opleidingen, maar zorgt ook voor doceerbaarheid en reduceert tevens de onderwijslogistieke complexiteit.

Principes voor het inrichten van het curriculum

  1. Programmeringsprincipe opleiding:
    Werk met grote onderwijseenheden. Zorg voor evenredige spreiding studielast (inclusief toetsmomenten) over het jaar. Voorkom dat studenten meer dan twee opleidingsonderdelen naast elkaar moeten volgen.
  2. Programmeringsprincipe per blok:
    Congruentie waarborgen: De link tussen inhoud, didactiek en toetsing moet helder zijn voor studenten en docenten.
    Duidelijkheid en transparantie: Maak helder wat je van studenten verwacht en op welke criteria studenten worden beoordeeld.
    Toetsmomenten: Programmeer per blok niet meer dan 1 summatieve toets, onderzoek de mogelijkheden voor (vrijstellende/compenserende) deeltoetsen maar voorkom het gevoel van een hordeloop.
    Aansluiting bevorderen: activeer vereiste voorkennis uit voorgaande blokken. Zorg voor aansluiting tussen binnenschools en buitenschools leren en vice versa.
  3. Didactisch principe:
    Beperk college-achtige activiteiten ten faveure van activerende en kleinschalige activiteiten die studenten aanzetten tot leren. Laat studenten (in groepen) werken aan (zelfgekozen) vraagstukken die ontleend zijn aan de beroepspraktijk. Intensiveer contact tussen docenten en studenten, onder andere door frequente feedback op inhoud en leerproces. Organiseer een blend van activiteiten: Programmeer vanuit principe van wat digitaal kan en wat f2f moet. Varieer in activiteiten: Dat maakt het voor studenten én docenten aantrekkelijk.
  4. Integratief principe:
    Generieke competenties (zoals studievaardigheden en 21st century skills) dienen vanaf dag 1 in het curriculum aandacht te krijgen, niet door het apart te programmeren in cursussen of in de studieloopbaanbegeleidingsgesprekken maar juist door het te integreren in de vakinhoudelijke opleidingsonderdelen.
  5. Acteer op heterogeniteit:
    Verwerf diepgaande kennis over de studentpopulatie in termen van belangstelling, talent, leerstrategieën, voorkennis, wensen, ervaringen, studiesucces van (subgroepen) van studenten. Maak duidelijk hoe de opleiding acteert op de heterogeniteit in de studentpopulatie vanuit het perspectief van het bieden van optimale studeerbaarheid voor alle studenten.

    Principes voor het ontwerptraject van curricula

  6. Hanteer een ontwerpmethodiek die recht doet aan curriculumontwikkeling als:
    • Cyclisch en iteratief proces: Met als fasen analyse, ontwerp, ontwikkeling en evaluatie;
    • Evidence-informed proces: Besluiten op basis van evidentie;
    • Integratief proces: Acteren op de samenhang tussen de vraagstukken in een curriculum;
    • Participatief proces: Betrokkenheid van stakeholders doorheen het gehele ontwerpproces;
    • Continue leerproces: Ontwerpen door al doende toewerken naar het optimale curriculum.
  7. Teams van docenten:
    Zorg dat docenten in een klein team als collectief (en niet als optelsom van individuen) een opleidingsonderdeel ontwerpen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Dat bevordert eigenaarschap en kwaliteit van het onderwijs. Het biedt tevens docenten meer werktevredenheid, mogelijkheden om van en met collega’s te leren en meer mogelijkheden om verschillende taken en rollen te vervullen.
  8. Klimaat:
    Heb vertrouwen in je studenten en in je collega’s. Koester hoge verwachtingen van elkaar en laat dat regelmatig weten. Blijf met elkaar in gesprek.

Het Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs gaat enkele opleidingen ondersteunen om van deze principes naar een  programmatische aanpak te komen. Tijdens de regelmatige evaluaties draait het primair om:

  • Vaststellen van de mate waarin het beoogde herontwerp daadwerkelijk wordt geïmplementeerd
  • Inzicht krijgen in de realisatie van de beoogde projectdoelen (studeerbaarheid en doceerbaarheid)
  • De tijdsperiode: De evaluaties beperken zich niet tot de projectperiode. Ook na afronding van de projectperiode wordt gemonitord hoe de studeerbaarheid en doceerbaarheid van de desbetreffende opleiding zich nadien ontwikkelen.

Uiteraard is er nadrukkelijke aandacht voor de bemensing van de projectteams. Tot de projectoverstijgende activiteiten behoort het doen van voorstellen voor Zuydbrede richtlijnen voor de omvang van blokken, parallelle programmering van blokken, aantal toetsen per blok en andere maatregelen op Zuyd-niveau die nodig zijn om de optimale kaders voor studeerbaarheid te scheppen.

Om er voor te zorgen dat we van en met elkaar kunnen blijven leren over studeerbaarheid, ook op programmaniveau en Zuydbreed, zijn projectoverstijgende activiteiten noodzakelijk, zoals presentaties, masterclasses, curriculum design labs, excursies, studiereizen.

Geraadpleegde literatuur
Dochy, F., Berghmans, I., Koenen, A., Segers, M. (2015). Bouwstenen voor high impact learning. Utrecht Boom Lemma.
Hogenhuis, P. (2016). Legolisering als antwoord. Ook het hbo is gebaat bij blokken. TH&MA, 1, 92-97.
Kessels, J. & Plomp, Tj. (1999). A systematic and relational approach to obtaining curriculum consistency in corporate education. Journal of Curriculum Studies, 31(6), 679-709.
Kessels, J. & Grotendorst, A. (2011). Het ontwerpproces als leerproces. In: J. Kessels & Poell, R. (Red.) Handboek Human Resource Development, 215-234. Houten: Bohn, Stafleu van Loghum.
Mennen, J. & Van der Klink, M. (2014). Advies op maat. Betrouwbare selectie door bindend studieadvies. TH&MA, 1, 28-32.
Onderwijsraad (2014). Een eigentijds curriculum. ’s-Gravenhage: Onderwijsraad.
Schlusmans, K., Boon, J., Van der Klink, M. & Schoevaart, S. (2015). Het verhogen van studiesucces in de opleidingen van de Open Universiteit. Tijdschrift voor hoger onderwijs, 33(3), 4-19.
Van Berkel, H., Jansen, E. & Bax, A. (2014). Studiesucces bevorderen. Het kan en is niet moeilijk. Bewezen rendementsverbeteringen in het hoger onderwijs. Utrecht: Uitgeverij Boom Lemma.
Van der Akker, J. Gravemeijer, McKenney, S. & Nieveen, N. (2006). Educational design research. London/New York: Routledge.

Één reactie op “Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen

  1. Mooie Principes.
    Evidence based op mijn ervaring met goed HBO onderwijs.
    Mis wel een actieve inbreng door studenten en praktijk bij het programmeren van de onderwijsleerprocessen.
    Is er niet meer Co-creatie met studenten en praktijk haalbaar?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *