Studieprestaties. Wat werkt.

Jeroen Janssen van afdeling Educatie van de Universiteit Utrecht beschrijft op hun blog het in press artikel Variables associated with achievement in higher education: A systematic review of meta-analyses van de auteurs Michael Schneider en Franzis Preckel.

Het artikel betreft een review van meta-analyses naar de samenhang tussen een groot aantal variabelen (denk aan duidelijkheid van cursusdoelen, motivatie van studenten, enthousiasme van de docent, intelligentie, etc.) en studieprestaties van studenten in het hoger onderwijs.

In totaal betrokken Schneider en Preckel 38 meta-analyses in hun synthese (de oudste uit 1980, de meest recente uit 2014). In totaal identificeerden ze 105 variabelen in de categorieën ‘wijze van instructie’ en ‘kenmerken van de student’.

Jeroen Janssen geeft in zijn blogpost een overzicht van de hoogste en laagste effectgroottes van de studie en benoemt principes die docenten gemakkelijk in hun onderwijs kunnen inpassen. Onderstaande punten zijn integraal overgenomen.

De top 20

Hieronder volgen de 20 variabelen met de hoogste effectgroottes uit de synthese van Schneider en Preckel. Tussen haakjes is weergegeven onder welke categorie de betreffende variabele is gerubriceerd.
  1. Peer assessment (Instructie: Assessment), d=+1.91
  2. Performance self-efficacy (Student: Motivatie), d=+1.81
  3. Teacher’s preparation/organization of the course (Instructie: Stimuleren van betekenisvol leren), d=+1.39
  4. Teacher’s clarity and understandableness (Instructie: Presentatie), d=+1.35
  5. Grade goal (Student: Motivatie), d=+1.12
  6. Frequency of class attendance (Student: Strategieën), d =+0.98
  7. High school GPA (Student: Intelligentie en eerdere studieprestaties), d=+0.90
  8. Student self-assessment (Instructie: Assessment), d=+0.85
  9. Teacher’s stimulation of interest in the course and its subject matter (Instructie: Presentatie), d=+0.82
  10. Admission test results (Student: Intelligentie en eerdere studieprestatie), d=+0.79
  11. Teacher’s encouragement of questions and discussion (Instructie: Sociale interactie), d=+0.77
  12. Teacher’s availability and helpfulness (Instructie: Sociale interactie), d=+0.77
  13. Teacher’s elocutionary skills (Instructie: Presentatie), d=+0.75
  14. Clarity of course objectives and requirements (Instructie: Stimuleren van betekenisvol leren), d=+0.75
  15. Effort regulation (Student: Strategieën), d=+0.75
  16. Open-ended questions (Instructie: Social interaction), d=+0.73.
  17. Teacher relates content to students (Instructie: Stimuleren van betekenisvol leren), d=+0.65.
  18. Strategic approach to learning (Student: Strategies), d=+0.65
  19. Achievement motivation (Student: Motivatie), d=+0.64
  20. Teacher’s sensitivity to and concern with class level and progress (Instructie: Assessment), d=+0.63

De onderste 20

En hieronder de lijst van de variabelen met het kleinste of zelfs een negatief effect op studieprestaties.
  1. Deep approach to learning (Student: Strategieën), d=+0.06
  2. Age (Student: Persoonlijkheid), d=+0.06
  3. Depression (Student: Persoonlijkheid ), d=+0.06
  4. First-year training programs (Instruction: Extracurriculaire programma’s), d=+0.05
  5. Online learning (Instruction: Technologie), d=+0.05
  6. Academic extrinsic motivation (Student: Motivatie), d=0.00
  7. Pessimistic attributional style (Student: Motivatie), d=-0.02
  8. Emotional stability (Student: Persoonlijkheid), d=-0.02
  9. Extraversion (Student: Persoonlijkheid), d=-0.02
  10. Task-related social conflict (Student: Context), d=-0.13
  11. Relationship-related social conflict (Student: Context), d=-0.21
  12. Academic stress (Student: Context), d=-0.22
  13. Problem-based learning for knowledge acquisition (Instructie: Betekenisvol leren stimuleren), d=-0.22
  14. Communication apprehension (Student: Persoonlijkheid), d=-0.23
  15. Performance avoidance orientation (Student: Motivatie), d=-0.28
  16. Stress (in general) (Student: Context), d=-0.28
  17. Interesting but irrelevant details in a presentation (seductive detail effect) (Instructie: Presentatie), d=-0.30
  18. Academic self-handicapping (Student: Strategieën), d=-0.37
  19. Surface approach to learning (Student: Strategieën), d=-0.39
  20. Test anxiety (Student: Persoonlijkheid), d=-0.43
  21. Procrastination (Student: Strategieën), d=-0.52

Verder merken ze op dat docenten relatief gemakkelijk de volgende principes in hun onderwijs kunnen inpassen:

  • Stimuleren van frequente deelname aan hoorcolleges en werkgroepen (#6)
  • Stimuleren van het stellen van vragen en discussie (#11)
  • Open vragen stellen (#16)
  • De inhoud van onderwijs relateren aan voorkennis of interesse van studenten (#17)
  • Taakgerichte en verbeteringsgerichte feedback geven (#30)
  • Vriendelijk en respectvol naar studenten zijn (#30)
  • Tijdens het lesgeven gesproken woorden vergezeld laten gaan van visualisaties of geschreven woorden (#42)
  • Op slides trefwoorden gebruiken in plaats van halve of hele zinnen
  • Studenten concept maps laten maken en bespreken over de inhoud van de cursus (#45)
  • Elk onderwijsonderdeel beginnen met een advance organizer (#64), en
  • Afleidende en verleidende details in presentaties vermijden (#101)

Met betrekking tot onderwijstechnologie concluderen Schneider en Preckel: er is geen bewijs dat onderwijstechnologie het onderwijs radicaal verbetert, maar onderwijstechnologie kan zeker effectief door docenten ingezet worden als past binnen een goed uitgedacht didactisch concept (blended learning #52).

Wilfred Rubens heeft zich op zijn blog meer in detail verdiept in de passages over online leren, blended learning en leertechnologie. Hij beschrijft hierin een aantal zaken die hem opvielen. Wat betreft bevindingen op het gebied technologie-ondersteund leren bevat, volgens Wilfred, deze analyse interessante constateringen, die vaker genoemd worden in publicatie. Zoals: De effectiviteit van leertechnologie wordt sterk beïnvloed door wijze waarop de leertechnologie wordt gebruikt en de context waarbinnen deze technologieën worden ingezet.

Schneider, M., & Preckel, F. (in press), Variables associated with achievement in Higher Education: A systematic review of meta-analyses. Psychological Bulletin. doi: 10.1037/bul0000098

ICT in het onderwijs: wat werkt wel, wat werkt niet

ZowerktICT

De brochure ‘Wat werkt wel, wat werkt niet’ is gemaakt ter gelegenheid van de Onderzoeksconferentie 2016, die op 15 juni door Kennisnet en de NRO is georganiseerd. Dit boekje bevat bijdragen waarin onderzoekers hun inzichten toelichten over de meest actuele bevindingen op het gebied van onderwijs en ict. Kennis is essentieel als je ict goed wilt inzetten, zegt Alfons ten Brummelhuis, expert onderzoek bij Kennisnet.

Bron artikelen Kennisnet:

Zie ook blog Wilfred Rubens ICT kan effectief zijn voor onderwijs, maar …. #ictwerkt

Open access publiceren

Is over tien jaar al het met belastinggeld bekostigde wetenschappelijk onderzoek vrij toegankelijk? Volgens een artikel in het nieuwe nummer van OnderwijsInnovatie (maart 2015) moet dat kunnen.

Er zijn op dit moment al veel peer-reviewed open access tijdschriften op verschillende vakgebieden. Op de site Directory of Open Access Journals vind je er meer dan 10.000. Eén van die tijdschriften is het Journal of Social Intervention waar Zuyd-lector Nol Reverda hoofdredacteur van is. Zuyd faciliteert Open Access publiceren daarnaast met een eigen instellingsrepository, waarin kennisproducten van Zuyd opgeslagen kunnen worden en op diverse platforms kunnen worden getoond. Op dit moment worden kennisproducten van docenten en studenten getoond op de HBO Kennisbank en via Google Scholar. Meer info bij publiceren op de Zuyd bibliotheeksite.

Open access publiceren gaat echter niet alleen over het beschikbaar stellen van wetenschappelijke artikelen, ook over de gestructureerde opslag en het herbruikbaar maken van onderzoeksdata. Daarvoor bestaat DANS (Data Archiving and Networking Services), een instituut van de KNAW en NWO. Daar kun je gegevens duurzaam archiveren voor hergebruik, bv.via het online archiveringssysteem EASY of het Dutch Dataverse Network.

In het artikel in Innovatie benadrukt Ester van Duuren (van de OU) verder het voordeel van Open access voor studenten: “Er zal veel meer data beschikbaar komen. Niet alleen krijgen studenten beter inzicht in wat er gebeurt op hun aandachtsgebied, ze kunnen straks ook data gaan hergebruiken voor hun eigen onderzoek of stage. En die resultaten zullen vervolgens weer sneller en onder een breder publiek verspreidt worden.”

Maar zover zijn we nog niet. Er is weerstand van uitgevers die hun geld verdienen met abonnementsgelden voor wetenschappelijke tijdschriften. Over nieuwe businessmodellen en routes naar vrij toegankelijk wetenschappelijk onderzoek is men nog niet uitonderhandeld. Maar dat het die kant op gaat lijkt steeds waarschijnlijker.

Zie meer over blogs door Judith van Hooijdonkopi over Open Access op 2beJAMmed