Van workshop naar SPOC

Vanaf september 2016 wordt de instructie Basisvaardigheden Excel op de Hotel Management School Maastricht (HMSM) niet meer door middel van een workshop aangeboden maar kunnen studenten deze vaardigheden verwerven via een Small Private Online Course (SPOC). Een SPOC is de tegenhanger van de nog steeds populaire MOOC (Massive Open Online Course) en is voor het eerst in 2013 door Professor Armando Fox van de University of California Berkeley in het onderwijs geïntroduceerd.

Workshop Basisvaardigheden Excel
HMSM leidt studenten op tot managers van en ondernemers in gastvrijheid in binnen- en buitenland. Er studeren ongeveer 1100 studenten aan de hotelschool. Omdat HMSM een economische faculteit is, bestaat een belangrijk deel van het curriculum uit economische- en bedrijfskundige vakken, waarbij het beheersen van spreadsheet programma MS-Excel een vereiste is. Dit blijkt onder andere uit evaluaties met klankbordgroepen uit het bedrijfsleven. Binnen de hotelindustrie wordt Excel op dagelijkse basis gebruikt voor het maken van berekeningen en analyses.
In de anderhalf uur durende workshop ontwerpen studenten een functionerend foodcost calculatiemodel ‘from scratch’ die ze kunnen gebruiken bij het Gastronomisch Event, de afsluitende toets van de module Hotel Operations. De workshop is opgezet als instructie, de docent doet voor, studenten volgen. De workshop heeft kenmerken van mastery learning. Volgens Carol, de grondlegger van het Mastery Learning Model, kan een lerende, als hij/zij maar voldoende tijd krijgt, uiteindelijk altijd de leerdoelen bereiken. De beschikbare tijd is echter gelimiteerd tot 1.5 uur. De opzet van de workshop komt nauwelijks tegemoet aan verschillen in voorkennis/ervaring met het werken met Excel of aan verschillen in studentkenmerken.

Studeerbaarheid
In het kader van ‘Verbetering studeerbaarheid Hotel Operations’ is besloten de workshop te vervangen door een variant die studenten kunnen volgen door middel van zelfstudie. De docent heeft een keuze gemaakt dit te doen door middel van een SPOC. Studenten kunnen nu in eigen regie de basisvaardigheden Excel eigen maken, indien zij die niet reeds al bezitten. Voor de zelfstudie wordt 3 studie belasting uren (SBU) in de vrije ruimte gealloceerd.

SPOC, het ontwerp
De SPOC bestaat uit drie studietaken, links vind je een grafische weergave van het model. Allereerst vindt in studietaak 1 een oriëntatie plaats op de opdracht: het gebruik van Excel in de professionele context van de hotel manager. Op basis van deze informatie maakt de student zélf de inschatting of hij over voldoende basisvaardigheden van Excel beheerst. Afhankelijk van deze inschatting vervolgt de student met studietaak en worden 5 korte kennisclips aangeboden die het ontwerp, ontwikkeling en gebruik van het foodcost calculatiemodel tonen. De bedoeling is dat dat de student na bestudering van studietaak 1 zelfstandig een rekenmodel kan creëren. Hij/zij hóeft dat niet daadwerkelijk te doen, er wordt niets ingestuurd. Studietaak 2 bestaat uit het bieden van ondersteuning in de vorm van een responsiecollege, indien de student vindt dat de doelstellingen van studietaak 1 niet of onvoldoende worden beheerst. Studietaak 3 bestaat uit een test die bestaat uit een uitwerkingsopdracht in Excel die door middel van beeldschermafname en tijdgebonden wordt afgenomen. Dit kan in eigen regie, any time, any place. Uit de score op de test blijkt of de student al dan niet over de in studietaak 1 geformuleerde leerdoelen beschikt. De student ontvangt aansluitend op de test feedback op zijn prestatie in de vorm van een score en een woordelijke interpretatie ervan. Indien nodig bestaat de mogelijkheid om de toets te herkansen indien de beschikbare tijd te kort blijkt te zijn of als kennis en vaardigheden onvoldoende scoren in de test. Studenten nemen het resultaat van de test op in het digitaal portfolio van Studie Loopbaan Begeleiding.

Onderwijskundige oriëntatie
De opdracht in studietaak 1 is ontwikkeld als instructie in de zin van mastery learning (in Valcke, 2004) en biedt de student door het gebruik van korte kennisclips optimale (keuze)vrijheid. Het mastery learning model is gericht op beheersing van de leerdoelen. Het model bestaat uit vijf variabelen; de beschikbare tijd, de perseverance, attitude, kwaliteit van instructie en aanleg. Volgens Carol, de grondlegger van het model (in Valcke, 2004), kan een lerende, als hij/zij maar voldoende tijd krijgt, uiteindelijk altijd de leerdoelen bereiken. Of het leerresultaat wordt behaald is volgens Bloom (in Valcke, 2004) mede afhankelijk van de kwaliteit van de instructie. Van belang hierin is dat het proces in kleine stappen die één voor een ingeoefend worden, zoals in het ontwerp in studietaak 1 ook het geval is. Het ontwerp bevat ook kenmerken van experiential learning (Anderson et al., 2016; in Valcke, 2004). Kolb’s experiential learning theory is volgens Anderson (2016) gebaseerd op een leercyclus bestaande uit vier stappen: concrete experience, reflective observation, abstract conceptualization, and active experimentation. De student bepaalt zelf welke stap van de cyclus ingangspunt van het leerproces is. Kolb hecht ook veel belang aan individuele leerstijlen (in Valcke, 2004). Recente inzichten laten echter zien dat leerstijlen van leerlingen veranderlijk zijn (Marquenie, Opsteen et al. 2014). Bovendien zou een bepaalde leerstijlvoorkeur leerlingen juist niet moeten belemmeren om ook andere leerstijlen te ontwikkelen. Onderwijs afstemmen op de ‘vermeende’ leerstijl van leerlingen werkt voor de leerling eerder vernauwend dan verruimend (Marquenie, Opsteen et al. 2014). Het is in deze zin dan ook beter te spreken over gepersonaliseerd leren gebaseerd op studentkenmerken. Jellema (in de Groot, 2016) definieert gepersonaliseerd leren als volgt: ‘een manier van leren waarbij de student invloed heeft op wat hij of zij wil leren, op welke manier en in welke volgorde’. Volgens Van der Klink, Boon, & Schlusmans (in de Groot, 2016) vindt in gepersonaliseerde leerroutes afstemming plaats op studentkenmerken: het kennis- en vaardigheidsniveau in de ingangssituatie, de talenten en interesses, het leertempo, en de leerbehoeften van de student.
De uitvoering van het ontwerp gebeurt na realisatie volledig digitaal in de vorm van een SPOC (Goral, 2013) die door middel van de elektronische leeromgeving Blackboard wordt aangeboden. Het ontwerp is zodanig opgesteld, dat zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan voorgaande kenmerken van gepersonaliseerd leren, mastery learning en experiential learning. Het is de vraag of het ontwerp van invloed is op het leerresultaat. Er is nauwelijks bewijs voor positieve effecten van het gebruik van ICT voor gepersonaliseerd leren. Recente studies laten volgens Heemskerk en anderen zien (in van Loon et all, 2016) dat positieve effecten die men van ICT zou verwachten, vaak niet optreden. Volgens Heemskerk (2016) is een van de oorzaken hiervan dat ICT onvoldoende is ingebed in het onderwijsconcept van de school. Het realiseren van personaliseren van leren met ICT vraagt volgens Heemskerk (2016) om een nieuwe werkwijze en om alignment tussen onderwijsconcept, de uitwerking daarvan in de studietaak en de organisatie van het onderwijs in de opleiding.

Evaluatie
De ervaringen met de SPOC van het september 2016-2017 cohort werden medio januari geëvalueerd. Inmiddels is de SPOC (het gerealiseerde ontwerp) geëvalueerd. Uit de evaluatie kwamen enkele aandachtspunten naar boven zoals: Behoefte aan goede communicatie, onbekendheid bij docenten die met Excel werken in andere studietaken, kortere doorlooptijd van de studieactiviteit (3 á 4 weken). Ook is onder studenten die de SPOC hebben doorlopen (N=142) een kwantitatieve evaluatie uitgevoerd. Een beschrijving van de vragenlijst vind je hier. 51 Studenten hebben de digitale vragenlijst ingevuld. Dit is een acceptabel aantal mede gezien het feit dat zowel de NSE en de Module-evaluatie tegelijkertijd opengesteld waren. Enkele uitkomsten van het onderzoek zijn: Meer aandacht geven aan opdracht, niet alleen via mededelingen op BB, bij aanvang van periode duidelijke instructie geven over de opdracht, doorlooptijd verkorten (35/51), keuze tussen workshop en zelfstudie. 25/51 studenten zouden voor workshop kiezen, toets te gemakkelijk/te moeilijk, gemiddeld cijfer SPOC: 6.7

Voordeel SPOC:

  • Tijd en plaatsonafhankelijk (36)
  • In eigen tempo studeren (33)
  • Rekening houden met voorkennis (15)
  • Gebruik moderne media (15)

Nadeel SPOC

  • Ondersteuning indien nodig (18)
  • Appél op eigen verantwoordelijkheid (17)
  • Rekening houden met voorkennis (12)

Uit evaluatie van de SPOC blijkt voor de docent vooralsnog geen tijdwinst. Het beoordelen van de ongeveer 120 individuele uitwerkingen van de toets, het geven van feedback en de beoordeling van een eventuele herkansing vergen ongeveer evenveel tijd als de voorbereiding, uitvoering en afhandeling van tien workshops van 90 minuten. De conclusies uit de evaluaties en de daaruit voortvloeiende verbetervoorstellen zijn inmiddels besproken met de module coördinator. HMSM heeft een dubbele instroom per collegejaar: september en in februari. Verbeteringen aan de SPOC zijn per februari doorgevoerd. De SPOC zal aan het einde van de uitvoering opnieuw worden geëvalueerd.

Jos Maas
docent / ICTO-coördinator HMSM

Jos is voor vragen/opmerking bereikbaar via jos.wm.maas@zuyd.nl

Bronnen

Anderson, S., Hsu, Y.-C., & Kinney, J. (2016). Using Importance-Performance Analysis to Guide Instructional Design of Experiential Learning Activities. Online Learning, 20(4).

Goral, T. (2013). SPOCs may provide what MOOCs can’t. Retrieved from https://www.universitybusiness.com/article/spocs-may-provide-what-moocs-can%E2%80%99t

Laurillard, D. (2009). The pedagogical challenges to collaborative technologies. International Journal of Computer-Supported Collaborative Learning, 4(1), 5-20.

Marquenie, E., et al. (2014). “Elk talent een kans.” Verkenning van gepersonaliseerd leren met ICT. Onderzoeksnotitie voor de VO-raad. Retrieved October 20216.

Loon, A., van et al. (2016). Dimensies van gepersonaliseerd leren: De eerste bouwsteen voor het organiseren van gepersonaliseerd leren, HAN Press, Nijmegen, The Netherlands.

Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap: Een inleiding voor ontwikkelaars van instructie en voor toekomstige leerkrachten. Gent: Academia Press.

Ward, J. M. (2016). Digital Literacy Development in Teacher Education Programs. The Journal of the Effective Schools Project, 23, 72-74.

MOOCs: What The Open University research tells us #onderwijsontwerpen

OU
Ferguson, Rebecca; Coughlan, Tim and Herodotou, Christothea (2016). MOOCS: What The Open University research tells us. Institute of Educational Technology, The Open University, Milton Keynes.

In dit rapport van de Britse Open Universiteit zijn op basis van diverse interne onderzoeken aanbevelingen geformuleerd voor MOOCs (Massive Open Online Courses). De aanbevelingen op het gebied van didactiek zijn volgens Wilfred Rubens ook relevant bij het ontwerpen van blended onderwijs. Op zijn blog schrijft hij dat deze onderzoeken aantonen dat je ook tijdens het verloop van de cursus moet investeren in ondersteuning en begeleiding.

Dat betekent dat lerenden de gelegenheid moeten hebben om vragen te stellen, zorgen te kunnen uiten en om hulp kunnen vragen. Ook zouden lerenden gemotiveerd moeten worden om anderen te helpen.

Learning analytics zou binnen learning design gebruikt moeten worden om probleemgebieden en motivatie ‘interventies’ te identificeren zodat uitval kan worden voorkomen en de impact van verschillende modellen voor ondersteuning kan worden benut. Verder wordt het belang van interactie benadrukt voor kennisdeling tussen docenten

Interactie tussen lerenden, met docenten en met materialen, gestructureerde taken, motiverende video’s en live uitzendingen worden beschouwd als belangrijke onderdelen van een effectieve didactiek.

Verder pleit men voor zorgvuldig ontworpen beoordelingen (met constructieve feedback, feedforward en de erkenning van prestaties) en ondersteuning voor degenen die dit nodig hebben.

Video en online leren

Voorjaar 2015 verscheen het onderzoeksrapport: Video and Online Learning: Critical Reflections and Findings From the Field. In dit rapport wordt op basis van literatuuronderzoek en online cursussen bevindingen over het gebruik van video in MOOCs en andere vormen van online leren nader toegelicht. Het rapport besluit met een reeks aanbevelingen bedoeld om bewustwording en kritische reflectie over de rol van video in online leren te stimuleren.

Bij online leren (MOOCs, blended learning) is video inmiddels de meest voorkomende manier van content delen. Er zijn 2 type video’s die het meest ingezet worden

1. Talking head style; docent wordt opgenomen terwijl hij lesgeeft voor de camera
2. Tablet capture met voice over ofwel de Khan Academy manier

Als je video op de juiste manier inzet kan het veel toegevoegde waarde hebben voor het onderwijs, maar er wordt vaak onvoldoende over nagedacht of video wel het goede medium is om de gewenst onderwijskundige doelen te bereiken.

Uit het onderzoek volgen drie aanbevelingen die kunnen helpen bij het optimaliseren van het gebruik van video in online leren context:

  1. Denk goed na of video is het meest geschikte medium voor het bereiken van uw leerdoelen.
  2. Als je video wilt gebruiken, maak dan een bewuste ontwerpkeuze over welke stijl video productie (s) te gebruiken zodat je optimaal gebruik maakt van het medium
  3. Overweeg bij het produceren van online video gebruik te maken van ‘light’ of Do It Yourself tools en leg de nadruk op mediageletterdheid. Dit brengt de kosten aanzienlijk naar beneden.

De bijlage van dit rapport bevat omschrijvingen van diverse varianten van videotoepassing. Deze is door de redactie van weblectures.nl vertaald.

videovarinaten

Klik op de afbeelding om het pdf te downloaden

Bron: weblectures.nl

 

Training Digitale Didactiek

dd-wegwijs

De website Digitale Didactiek is een project van diverse Belgische onderwijsinstellingen en heeft tot doel je onder te dompelen in de mogelijkheden die digitale didactiek biedt. Hierbij ligt de focus op de didactiek en niet zozeer op de techniek. Het traject is opgebouwd uit een zevental modules en zijn zelfstandig door te nemen in de volgorde van jouw voorkeur. De modules zijn opgebouwd uit: een overzicht, de theorie, oefeningen, casussen en uitdieping.

  1. Basis (TPACK). Deze module is de startmodule van de training ‘digitale didactiek’. In eerste instantiezal je kennismaken met de visie van de training op ‘digitale didactiek’ aan de hand van het TPACK model. Je leert het TPACK model kennen als een conceptueel raamwerk waartegen je jouw eigen kennis en expertise kan afwegen.
  2. Ontwerp. Het ontwerp van je cursus is echter meer dan kiezen voor een bepaalde werkvorm. Wat wil je brengen? In welke volgorde? En wat is de samenhang tussen de leerinhouden?
  3. Ontwikkeling. Deze module gaat dieper in op het aanmaken van digitale leerobjecten en het kaderen van deze objecten in een bepaalde structuur.
  4. Uitrollen en nazorg. In deze module krijg je een aantal concrete tips.
  5. E-coaching. Deze module geeft uitleg over de verschillende soorten rollen die je als e-coach opneemt om je cursisten te begeleiden en te motiveren. Daarbij is ook het geven van feedback cruciaal.
  6. Samenwerkend leren. In deze module maak je kennis met diverse vormen van samenwerkend leren en de principes waarop succesvol samenwerkend leren rust. Vervolgens zoomen we in op de belangrijkste voorwaarden voor online samenwerkend leren.
  7. Bezorgdheden. Geen tijd? Weerstand tegen online leren? Over deze en andere ongerustheden die je kunt tegenkomen wanneer je digitale didactiek integreert in je opleiding wordt in deze module aandacht besteed en er worden heel wat praktische tips gegeven.

Als je hier voor de eerste keer komt, begin je best door op ‘wegwijs‘ te klikken.

Open onderwijs. Waar hebben we het eigenlijk over?

Open onderwijs, blended learning, flipped classroom, open content, MOOC, open courseware ….. waar hebben we het eigenlijk over? Er bleek behoefte aan een gemeenschappelijk begrippenkader en om helderheid te bieden aan het soms verwarrende jargon. Dit begrippenkader van SURF beschrijft een aantal kernbegrippen rondom online onderwijs. Naast beknopte definities, die vaak zijn afgeleid van internationaal gangbare definities, is er een toelichting en wordt verwezen naar bronnen voor meer informatie.

begrippenkader

Flipped classroom
De flipped classroom is een onderwijsvorm waarbij het hoorcollege en huiswerk zijn omgedraaid. Studenten bekijken weblectures of andere online leermaterialen voordat zij naar college gaan. Het college wordt vervolgens gebruikt voor verdieping, verrijking, oefening, discussie of het beantwoorden van vragen.

Blended learning
Blended learning is een mengvorm van face-to-face en online onderwijs, waarbij 30% tot 80% van de leermaterialen, tools en diensten online beschikbaar zijn. Het doel is onderwijs te ontwikkelen waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken.

Online onderwijs
Online onderwijs is onderwijs waarbij de leermaterialen, tools en diensten volledig of voor ten minste 80% via het internet beschikbaar worden gesteld.

elearning

Bron: SURF. Zie hier de definities van de overige begrippen: MOOC, Open onderwijs, Open content, Open educational resources, Open coursewar, Creative Commons, Repositories, Weblectures, leerplatform voor online onderwijs