Van workshop naar SPOC

Vanaf september 2016 wordt de instructie Basisvaardigheden Excel op de Hotel Management School Maastricht (HMSM) niet meer door middel van een workshop aangeboden maar kunnen studenten deze vaardigheden verwerven via een Small Private Online Course (SPOC). Een SPOC is de tegenhanger van de nog steeds populaire MOOC (Massive Open Online Course) en is voor het eerst in 2013 door Professor Armando Fox van de University of California Berkeley in het onderwijs geïntroduceerd.

Workshop Basisvaardigheden Excel
HMSM leidt studenten op tot managers van en ondernemers in gastvrijheid in binnen- en buitenland. Er studeren ongeveer 1100 studenten aan de hotelschool. Omdat HMSM een economische faculteit is, bestaat een belangrijk deel van het curriculum uit economische- en bedrijfskundige vakken, waarbij het beheersen van spreadsheet programma MS-Excel een vereiste is. Dit blijkt onder andere uit evaluaties met klankbordgroepen uit het bedrijfsleven. Binnen de hotelindustrie wordt Excel op dagelijkse basis gebruikt voor het maken van berekeningen en analyses.
In de anderhalf uur durende workshop ontwerpen studenten een functionerend foodcost calculatiemodel ‘from scratch’ die ze kunnen gebruiken bij het Gastronomisch Event, de afsluitende toets van de module Hotel Operations. De workshop is opgezet als instructie, de docent doet voor, studenten volgen. De workshop heeft kenmerken van mastery learning. Volgens Carol, de grondlegger van het Mastery Learning Model, kan een lerende, als hij/zij maar voldoende tijd krijgt, uiteindelijk altijd de leerdoelen bereiken. De beschikbare tijd is echter gelimiteerd tot 1.5 uur. De opzet van de workshop komt nauwelijks tegemoet aan verschillen in voorkennis/ervaring met het werken met Excel of aan verschillen in studentkenmerken.

Studeerbaarheid
In het kader van ‘Verbetering studeerbaarheid Hotel Operations’ is besloten de workshop te vervangen door een variant die studenten kunnen volgen door middel van zelfstudie. De docent heeft een keuze gemaakt dit te doen door middel van een SPOC. Studenten kunnen nu in eigen regie de basisvaardigheden Excel eigen maken, indien zij die niet reeds al bezitten. Voor de zelfstudie wordt 3 studie belasting uren (SBU) in de vrije ruimte gealloceerd.

SPOC, het ontwerp
De SPOC bestaat uit drie studietaken, links vind je een grafische weergave van het model. Allereerst vindt in studietaak 1 een oriëntatie plaats op de opdracht: het gebruik van Excel in de professionele context van de hotel manager. Op basis van deze informatie maakt de student zélf de inschatting of hij over voldoende basisvaardigheden van Excel beheerst. Afhankelijk van deze inschatting vervolgt de student met studietaak en worden 5 korte kennisclips aangeboden die het ontwerp, ontwikkeling en gebruik van het foodcost calculatiemodel tonen. De bedoeling is dat dat de student na bestudering van studietaak 1 zelfstandig een rekenmodel kan creëren. Hij/zij hóeft dat niet daadwerkelijk te doen, er wordt niets ingestuurd. Studietaak 2 bestaat uit het bieden van ondersteuning in de vorm van een responsiecollege, indien de student vindt dat de doelstellingen van studietaak 1 niet of onvoldoende worden beheerst. Studietaak 3 bestaat uit een test die bestaat uit een uitwerkingsopdracht in Excel die door middel van beeldschermafname en tijdgebonden wordt afgenomen. Dit kan in eigen regie, any time, any place. Uit de score op de test blijkt of de student al dan niet over de in studietaak 1 geformuleerde leerdoelen beschikt. De student ontvangt aansluitend op de test feedback op zijn prestatie in de vorm van een score en een woordelijke interpretatie ervan. Indien nodig bestaat de mogelijkheid om de toets te herkansen indien de beschikbare tijd te kort blijkt te zijn of als kennis en vaardigheden onvoldoende scoren in de test. Studenten nemen het resultaat van de test op in het digitaal portfolio van Studie Loopbaan Begeleiding.

Onderwijskundige oriëntatie
De opdracht in studietaak 1 is ontwikkeld als instructie in de zin van mastery learning (in Valcke, 2004) en biedt de student door het gebruik van korte kennisclips optimale (keuze)vrijheid. Het mastery learning model is gericht op beheersing van de leerdoelen. Het model bestaat uit vijf variabelen; de beschikbare tijd, de perseverance, attitude, kwaliteit van instructie en aanleg. Volgens Carol, de grondlegger van het model (in Valcke, 2004), kan een lerende, als hij/zij maar voldoende tijd krijgt, uiteindelijk altijd de leerdoelen bereiken. Of het leerresultaat wordt behaald is volgens Bloom (in Valcke, 2004) mede afhankelijk van de kwaliteit van de instructie. Van belang hierin is dat het proces in kleine stappen die één voor een ingeoefend worden, zoals in het ontwerp in studietaak 1 ook het geval is. Het ontwerp bevat ook kenmerken van experiential learning (Anderson et al., 2016; in Valcke, 2004). Kolb’s experiential learning theory is volgens Anderson (2016) gebaseerd op een leercyclus bestaande uit vier stappen: concrete experience, reflective observation, abstract conceptualization, and active experimentation. De student bepaalt zelf welke stap van de cyclus ingangspunt van het leerproces is. Kolb hecht ook veel belang aan individuele leerstijlen (in Valcke, 2004). Recente inzichten laten echter zien dat leerstijlen van leerlingen veranderlijk zijn (Marquenie, Opsteen et al. 2014). Bovendien zou een bepaalde leerstijlvoorkeur leerlingen juist niet moeten belemmeren om ook andere leerstijlen te ontwikkelen. Onderwijs afstemmen op de ‘vermeende’ leerstijl van leerlingen werkt voor de leerling eerder vernauwend dan verruimend (Marquenie, Opsteen et al. 2014). Het is in deze zin dan ook beter te spreken over gepersonaliseerd leren gebaseerd op studentkenmerken. Jellema (in de Groot, 2016) definieert gepersonaliseerd leren als volgt: ‘een manier van leren waarbij de student invloed heeft op wat hij of zij wil leren, op welke manier en in welke volgorde’. Volgens Van der Klink, Boon, & Schlusmans (in de Groot, 2016) vindt in gepersonaliseerde leerroutes afstemming plaats op studentkenmerken: het kennis- en vaardigheidsniveau in de ingangssituatie, de talenten en interesses, het leertempo, en de leerbehoeften van de student.
De uitvoering van het ontwerp gebeurt na realisatie volledig digitaal in de vorm van een SPOC (Goral, 2013) die door middel van de elektronische leeromgeving Blackboard wordt aangeboden. Het ontwerp is zodanig opgesteld, dat zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan voorgaande kenmerken van gepersonaliseerd leren, mastery learning en experiential learning. Het is de vraag of het ontwerp van invloed is op het leerresultaat. Er is nauwelijks bewijs voor positieve effecten van het gebruik van ICT voor gepersonaliseerd leren. Recente studies laten volgens Heemskerk en anderen zien (in van Loon et all, 2016) dat positieve effecten die men van ICT zou verwachten, vaak niet optreden. Volgens Heemskerk (2016) is een van de oorzaken hiervan dat ICT onvoldoende is ingebed in het onderwijsconcept van de school. Het realiseren van personaliseren van leren met ICT vraagt volgens Heemskerk (2016) om een nieuwe werkwijze en om alignment tussen onderwijsconcept, de uitwerking daarvan in de studietaak en de organisatie van het onderwijs in de opleiding.

Evaluatie
De ervaringen met de SPOC van het september 2016-2017 cohort werden medio januari geëvalueerd. Inmiddels is de SPOC (het gerealiseerde ontwerp) geëvalueerd. Uit de evaluatie kwamen enkele aandachtspunten naar boven zoals: Behoefte aan goede communicatie, onbekendheid bij docenten die met Excel werken in andere studietaken, kortere doorlooptijd van de studieactiviteit (3 á 4 weken). Ook is onder studenten die de SPOC hebben doorlopen (N=142) een kwantitatieve evaluatie uitgevoerd. Een beschrijving van de vragenlijst vind je hier. 51 Studenten hebben de digitale vragenlijst ingevuld. Dit is een acceptabel aantal mede gezien het feit dat zowel de NSE en de Module-evaluatie tegelijkertijd opengesteld waren. Enkele uitkomsten van het onderzoek zijn: Meer aandacht geven aan opdracht, niet alleen via mededelingen op BB, bij aanvang van periode duidelijke instructie geven over de opdracht, doorlooptijd verkorten (35/51), keuze tussen workshop en zelfstudie. 25/51 studenten zouden voor workshop kiezen, toets te gemakkelijk/te moeilijk, gemiddeld cijfer SPOC: 6.7

Voordeel SPOC:

  • Tijd en plaatsonafhankelijk (36)
  • In eigen tempo studeren (33)
  • Rekening houden met voorkennis (15)
  • Gebruik moderne media (15)

Nadeel SPOC

  • Ondersteuning indien nodig (18)
  • Appél op eigen verantwoordelijkheid (17)
  • Rekening houden met voorkennis (12)

Uit evaluatie van de SPOC blijkt voor de docent vooralsnog geen tijdwinst. Het beoordelen van de ongeveer 120 individuele uitwerkingen van de toets, het geven van feedback en de beoordeling van een eventuele herkansing vergen ongeveer evenveel tijd als de voorbereiding, uitvoering en afhandeling van tien workshops van 90 minuten. De conclusies uit de evaluaties en de daaruit voortvloeiende verbetervoorstellen zijn inmiddels besproken met de module coördinator. HMSM heeft een dubbele instroom per collegejaar: september en in februari. Verbeteringen aan de SPOC zijn per februari doorgevoerd. De SPOC zal aan het einde van de uitvoering opnieuw worden geëvalueerd.

Jos Maas
docent / ICTO-coördinator HMSM

Jos is voor vragen/opmerking bereikbaar via jos.wm.maas@zuyd.nl

Bronnen

Anderson, S., Hsu, Y.-C., & Kinney, J. (2016). Using Importance-Performance Analysis to Guide Instructional Design of Experiential Learning Activities. Online Learning, 20(4).

Goral, T. (2013). SPOCs may provide what MOOCs can’t. Retrieved from https://www.universitybusiness.com/article/spocs-may-provide-what-moocs-can%E2%80%99t

Laurillard, D. (2009). The pedagogical challenges to collaborative technologies. International Journal of Computer-Supported Collaborative Learning, 4(1), 5-20.

Marquenie, E., et al. (2014). “Elk talent een kans.” Verkenning van gepersonaliseerd leren met ICT. Onderzoeksnotitie voor de VO-raad. Retrieved October 20216.

Loon, A., van et al. (2016). Dimensies van gepersonaliseerd leren: De eerste bouwsteen voor het organiseren van gepersonaliseerd leren, HAN Press, Nijmegen, The Netherlands.

Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap: Een inleiding voor ontwikkelaars van instructie en voor toekomstige leerkrachten. Gent: Academia Press.

Ward, J. M. (2016). Digital Literacy Development in Teacher Education Programs. The Journal of the Effective Schools Project, 23, 72-74.

Blended Learning bij Facility Management

September 2015 is binnen de opleiding Facility Management (FM) een project van start gegaan waarbinnen we – onder meer op basis van bestaande modellen- een eigen model ontwikkelen op het gebied van ICT en leren dat bijdraagt aan:

  • De kwaliteitsverbetering van het onderwijs;
  • Het toepassen van een activerende didactiek;
  • De realisatie van onderwijs waarbij meer rekening wordt gehouden met individuele leervragen en voorkeuren van studenten.

Online leren wordt daarin gecombineerd met leren tijdens bijeenkomsten en werkplek leren. Het project richt zich op de geleidelijke invoering van ICT binnen het onderwijs van de opleiding FM ten behoeve van de versterking van het bestaande onderwijsconcept.

We maken daarbij gebruik van de zogenaamde ‘plateauplanning’. Je kunt deze aanpak vergelijken met het beklimmen van een berg. Je bepaalt welke top je wilt bereiken. Vervolgens breng je in kaart via welke stappen, plateaus, je die top wilt bereiken. De eerste stap breng je gedetailleerd in kaart. Als het eerste plateau is bereikt, werk je plateau 2 uit.

Binnen dit project hebben we eerst, onder meer via een visieworkshop met meerdere collega’s, verkend waartoe we als opleiding ICT willen inzetten. Voor welk probleem moet leren met behulp van ICT een oplossing zijn? Vervolgens is die visie vertaald in een model. Daarbij zijn we uitgegaan van versterking van het bestaande onderwijsmodel. In onderstaande kennisclip schetst Roel Hamers (directeur opleiding Facility Management) onder andere waar FM op gebied van ICT en leren wil staan in 2020.

Zie ook Projectplan e-learning Opleiding Facility Management 2015-2020 (februari 2016)

Verder hebben we ook gekeken naar het eerste blok dat is aangepast. Bij het blok Adviseren is een gastcollege over ergonomie bijvoorbeeld vervangen door een kennisclip in combinatie met een bijeenkomst waarin studenten een korte presentatie geven. Ook is een applicatie ingezet waarmee studenten tijdens een college vragen kunnen stellen waar de docent vervolgens op in kan gaan. Het hoorcollege Structuurmodel, waarin de basistheorie van het blok samengevat wordt als overview, is opgenomen als weblecture. We gebruiken tenslotte ook een formatieve toets met feedback die studenten kunnen gebruiken om na te gaan of ze op het juiste spoor zitten.
Een tweede blok binnen de opleiding is ook aangepast en zal binnenkort worden uitgevoerd. De aanpassing van andere blokken volgt, waarna we weer gaan kijken naar een goede volgende stap voor de aangepaste blokken.

Een belangrijk onderdeel van het project zijn ook diverse kennisclips die we gaan ontwikkelen op het gebied van onderwerpen als bedrijfseconomie, onderzoeksvaardigheden en het gebruik van relevante technologieën zoals Excel: de aanwezige leerlijnen binnen de opleiding. Deze kennisclips komen ook beschikbaar voor andere opleidingen. Bovendien maken we een inventarisatie van reeds bestaande, relevante, kennisclips die gebruikt kunnen worden.

In het kader van dit project wordt eveneens geïnvesteerd in professionalisering en ondersteuning van docenten. Er zijn en worden onder andere workshops georganiseerd en handleidingen en draaiboeken gemaakt.
Via studentenpanels zullen we ook in gesprek gaan met studenten over de invulling van dit model en zullen de eerste toepassingen worden geëvalueerd.

We willen onder andere de Nieuwsflits I for You gebruiken om collega’s te informeren over onze leerervaringen rond dit project.

De projectgroep wordt gevormd door Inge Rijnders, Ad Hoen, Ward Hamers en Wilfred Rubens (extern).

Voor meer informatie kunnen jullie contact opnemen met inge.rijnders@zuyd.nl

Zie ook het blog Visieontwikkeling ICT in het onderwijs Opleiding Facility Management

4C/ID model #onderwijsontwerpen

“Curriculumontwikkeling is een kwestie van vallen en opstaan”, zegt Miriam Goes in haar gelijknamig blog.

Miriam Goes is als onderwijskundige onderzoeker en ondersteuner betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe opleiding Associate degree Zorg & Technologie en met het vormgeven van een nieuw curriculum van een bestaande deeltijdopleiding van de HBO-V.

In de faculteit Gezondheidszorg wordt gewerkt volgens het 4 Componenten Instructional Design Model, ofwel het 4C/ID-model Van Merrienboer e.a. Dit model biedt een raamwerk waarbinnen trainingen of cursussen ontworpen kunnen worden. Leer meer via deze online tutorial.

4CIDmodel

In het 4C/ID model wordt gewerkt met authentieke taken met aan het begin veel sturing door docent/school en aan het eind van de module, leerjaar en opleiding minder sturing en meer zelfstandigheid van de student. Men gaat uit van meer/minder complexe beroepssituaties waarin de student gaandeweg leert om als een professional te handelen en zijn beroepsvaardigheden en houding ontwikkelt.

Miriam beschrijft op haar blog de zoektocht naar vernieuwend onderwijs binnen de HBO-V vauuit dit 4C/ID model, hoe men samen zoekt naar de beste manier om dit onderwijs vorm te geven. Hierbij wordt veel gebruik gemaakt van videomateriaal. Men zoekt naar een goede mix tussen online en face-to-face onderwijs. Uit de evaluatie van studenten van de try-out van Zorg op Afstand, een module van het AD-traject, bleek dat deze opzet zeer gewaardeerd werd. De studenten konden zelfstandig het programma doorlopen en op de terugkomdagen hun vragen stellen en opdrachten verder met hun peers uitwerken. Complimenten voor het ontwikkelteam! Shared2Use!

Dick Evers over Virtual Reality #SURF_cardboard

Collega Dick Evers is kunstenaar, visionair, Feng Shui expert en docent aan de Kunstacademie in Maastricht. Hij was één van de eerste die geïnteresseerd was in de gratis VR Cardboards die het I-team bij SURF had aangevraagd. Als wederdienst vroegen wij om ervaringen te delen. Hieronder de bijdrage van Dick. Dank!

VR

 

Recentelijk ontving ik van jullie de karton SURF VR bril. Een mooi nieuw stuk ’techniek’.

Zelf ben ik al langer met een paar klanten met Virtual Reality (VR) en Augmented Reality (AR) bezig. VR wil zeggen je kijkt in het programma, bij AR kijk je erdoor en kun je bv je eigen handen zien en gebruiken. De mogelijkheden zijn onbeperkt.

De marktleider OCULUS biedt bijna maandelijks nieuwe versies aan en ik denk dat we eerst allemaal overgaan op de OCULUS Rift, ZEISS VR One, CANON MReal, SONY 3D of welke versie dan ook, dus brillen waar alles inzit, maar dat de grote massa daarna overgaat op toestellen waar je je smartphone in stopt, van deze brillen is dan de uitvoering vele male beter dan de nu beschikbare. Met betere afgestemde techniek enzo, denk ik.
De fase waar we nu inzitten, zit tussen de Commodore 64 en de AMIGA 500, voor de ouderen onder ons herkenbaar denk ik. Voor de iets jongere tussen de Nokia 6110 en de Apple iPhone. En voor de studenten: alles gaat snel. En natuurlijk gaat het veel sneller dan toen. Dus binnenkort komen de bruikbare versies op de markt.

Er zijn, zoals bij app’s, diverse invalshoeken mogelijk.
Allereerst natuurlijk de games. Een vaak onderschatte industrie.Maar daarna komt een hele berg opties. Er zijn momenteel vele bedrijven bezig met het ontwikkelen van software. Van gebruiksaanwijzingen tot taal- en motivatietrainingen.
En natuurlijk zal de bril weer dingen waarmaken die er tot nu toe niet waren. Dus studenten allemaal aan de brainstorm. De bril is heel makkelijk te ‘begrijpen’. Zet je docent je bril op en laat haar/hem je presentatie beleven.

Vergeet niet de invloed van de bril op je hersenen.
Iedereen kent wel de verhalen van mensen die misselijk werden bij het dragen en gebruik van de bril, zelf ben ik ervaringsdeskundige. Dus denk ik dat we er, door de nu nog onberekenbare effecten, ook geestestoestanden mee kunnen beïnvloeden. We kunnen er straks een Burn Out en Stress mee bestrijden. Als je even verder kijkt zie je ook de grote problemen die dat kan opleveren indien er software met kwade bedoelingen wordt ontwikkeld. Kijk eens naar de EMDR Therapy films om te begrijpen wat ons te wachten zou kunnen staan.

Oftewel, onze wereld zal hetzelfde blijven…

Let op welke smartphone je wil gebruiken: bijvoorbeeld een iPhone groot scherm past vaak niet in de nu voorhanden zijnde modellen. Ook de kijker die de ACTION nu voor
€ 1,99 aanbied is niet geschikt voor ‘grotere’ apparaten.

Studenten leren argumenteren? Gebruik weblog als leertechnologie!

blogtoets

CC-BY GotCredit

De Faculteit International Business & Communcation is via een Zuyd Innovatie macroproject het Project Team Innovative Teaching (PTIT) gestart. Het doel van het project is het aanbieden van activerend onderwijs: inspirerende lessen met meer aandacht voor 21st century skills. Docent van de opleiding European Studies Emmy Nelissen-Pierik heeft vorig studiejaar voor de eerste keer weblog als leertechnologie ingezet. In dit blog een verslag van deze innovatieve werkvorm.

Aanleiding

Binnen het Europees beleid speelt economie steeds vaker een hoofdrol. De opleiding European Studies vindt het daarom belangrijk dat hun studenten meer toegepaste economische kennis zich eigen moeten maken. Emmy, docent internationale economie, bedacht daarom een nieuwe economische cursus in het derde studiejaar waarin Europees economisch beleid en vooral een eigen mening hierover vormen centraal staat. Als onderdeel van de cursus moesten de studenten blogberichten plaatsen waarin ze hun mening moeten beargumenteren.

Emmy had zelf nog geen ervaring met bloggen. Op internet is zij gaan zoeken naar voorbeelden en beoordelingscriteria. In een duidelijke studiehandleiding is aan studenten uitgelegd wat van hen verwacht werd. Omdat het voor haar ook nieuw was heeft ze zelf ook een blog aangemaakt om hetzelfde te ervaren als haar studenten. In haar blog beschreef ze haar ervaringen met deze andere vorm van lesgeven.

Het schrijven van blogs

Studenten moesten in groepjes van 3-4 minimaal één blog per week schrijven over economisch beleid in de EU. Zij waren vrij om over hun eigen interesses te schrijven. Met aanvullende literatuur die ze voorafgaande aan elke werkgroep (bijeenkomst) moesten lezen, werd tijdens de les opinievorming gestimuleerd door middel van het aanbieden van een theoretisch kader en praktische informatie. In de 7 weken dat deze module duurde, betekende dit dat iedere student minimaal 2 blogberichten moest posten. Wekelijks moest ook iedere groep aan Emmy een document doorsturen met hierin informatie over hun blogposts, een screenshot van de blogstatistieken, een beschrijving van het aantal blogs, reacties op het blog en hoeveel reacties ze zelf hadden gepost. Tot slot moesten ze zelf reflecteren op hun blogactiviteiten en dit beoordelen op een schaal van 1 tot 5.

  • Studenten werden ook gestimuleerd inhoudelijk te reageren op elkaars blogs en om reacties van experts ‘uit te lokken’.
  • Tijdens elke werkgroep werden de blogposts van de studenten besproken.
  • Iedere student moest een eindblog schrijven over een pittig economisch onderwerp wat individueel beoordeeld werd.
  • De beoordeling bestond uit een gedeeld cijfer van de groeps- en individuele opdracht (50-50).

Ervaring van docent

Bloggen was zowel voor studenten als docent nieuw. Tijdens de werkgroepen ging veel tijd op aan blogtechnische vragen. Studenten moesten bijv ook leren dat als gereageerd wordt op een blogbericht dat je als blogger daar ook weer op moet reageren.

Studenten werden gestimuleerd hun blogs te delen met de wereld te delen. Hoe ze dat slim konden doen met behulp van sociale netwerken waren vaardigheden die studenten nog niet beheersen. Het aanbod sociale media binnen de opleiding is vooral marketing gericht en niet op hoe je persoonlijk met sociale media (zakelijk) kunt profileren.

Op basis van beoordelingskaders die Emmy op internet had gevonden heeft ze dit beoordelingsformulier gehanteerd om de blogs te beoordelen. Als ik dit vergelijk met de rubric van de University of Wisconsin die ik destijds met mijn MLI-docenten heb gedeeld (via) is de verhouding inhoud (60%) en blogpresentatie (40%) vergelijkbaar.

  • Emmy constateerde dat door het bloggen een open sfeer werd gecreëerd onder de studenten.
  • De beoordelingen van de docent en de zelfevaluatiecijfers van de studenten kwamen overeen.
  • Een blog met argumentatie schrijven is wat anders dan academisch schrijven.
  • 80% van de studenten vonden het een motiverende werkvorm.

Ondanks de hoge workload (als docent wilde Emmy graag alle blogs lezen en ook feedback op geven) heeft Emmy de smaak te pakken met bloggen. Binnenkort start ze ook bij een minor van de opleiding Orientaalse Talen en Cultuur met groepsbloggen in een andere variant. Dit keer wordt het gebruikt door een groep studenten om als consultants hun ‘fictieve klant’ te informeren over de voedingsindustrie in de Oriënt.

Deze module Economic policy in the EU wordt dit studiejaar door een andere docent verzorgd. Het zou interessant zijn om de ervaring van deze docent te vergelijken met die van Emmy.

bloggen

Photo credit: Langwitches

Tips van de I-adviseur

Bij het groepsblog was niet altijd duidelijk welke student het blogbericht geschreven had. Emmy adviseerde studenten hun naam onder het blog te zetten. In de handleiding staat dat een blog maar aan één e-mailadres/facebookaccount kan worden gekoppeld. In principe klopt dat maar je kunt altijd gebruikers toevoegen. Deze gebruikers kan je de rol geven van beheerder-redacteur-auteur-schrijver-abonne, elk met eigen bevoegdheden. Zo kan elke student die bijdraagt onder eigen naam inloggen, zijn/haar bericht toevoegen en dan wordt bij het blogbericht naast de datum  ook de naam van de bijdrager vermeld.

Emmy merkte dat studenten ook veel vragen over het bloggen hadden, dit ging ten koste van de economische inhoud van haar lessen. Als tip heb ik haar gegeven dat ze ook een een gedeelte van deze economische inhoud ‘flipped’ kan aanbieden. In de vorm van een blogpost. Zoiets kan je voorafgaande aan de lessencyclus al klaar zetten en per week publiceren. Omdat zij in haar lessen vooral actuele economische onderwerpen behandelt, kan dit niet maanden van te voren. Uiteraard hoef je bij het bloggen niet te beperken tot tekst, een video, foto’s of animaties kunnen ook prima hiervoor gebruikt worden.

Emmy kreeg via mail de blogberichten (het wekelijkse formulier) aangeleverd. Dit was soms onoverzichtelijk omdat dit tussen de andere werkmail terecht kwam. Hierbij zou RSS-reader als Feedly een oplossing kunnen bieden. Hiermee is het mogelijk om blogs in mapjes onder te verdelen. Zie Ding 2 RSS op Dingen@Zuyd hoe je RSS ook in je onderwijs kunt inzetten.

Het eindblog moest aan bepaalde eisen voldoen, zoals verplicht 4 woorden gebruiken uit een woordenlijst (goed idee!). Fijn om te lezen dat ook het gebruik van afbeeldingen werd beoordeeld op correct citeren. De eis van 1,5 pagina vind ik zelf niet zo duidelijk. De lengte van pagina bij een blog is afhankelijk van vormgeving. Ik zou eerder aantal woorden als eis stellen.

Wil je meer weten van het gebruiken van weblogs in het onderwijs, zie Ding 1 via Dingen@Zuyd.

Geïnteresseerd in de bijbehorende studiehandleiding? Zie Course outline Economic policy in the EU 2014-2015_student version

Dit blog is eerder gepubliceerd op 2beJAMmed