SURFrapport Learning Analytics in het onderwijs: een onderwijskundig perspectief

LAihOnderwijsHet SURFrapport Learning Analytics in het onderwijs: een onderwijskundig perspectief biedt docenten en onderwijsontwikkelaars ondersteuning en inspiratie bij het toepassen van learning analytics binnen het ontwerp van online onderwijs.
Op basis van literatuuronderzoek naar modellen voor onderwijskundig ontwerp, gecombineerd met voorbeelden hoe learning analytics in het hoger onderwijs kan werken worden aanbevelingen en uitdagingen geformuleerd.

Bron SURF nieuws

Aanbevelingen

  1. Zie learning analytics als deel van onderwijsontwerpproces;
  2. Begin op tijd, ontwerp van online onderwijs met learning analytics vraagt een paar extra stappen;
  3. Stel concrete vragen voor elke fase van het onderwijsontwerp (zie hoofdstuk 2);
  4. Begin klein en deel ervaringen;
  5. Aandachtspunten bij interventies zijn een duidelijk doel, een tijdige uitvoering en een persoonlijke aanpak.

Uit de Inleiding op het rapport:

“Meer inzicht in het onderwijsproces, gerichte feedback aan studenten en uiteindelijk verbetering van het onderwijs: dat is de gedachte achter learning analytics. Met learning analytics is het mogelijk de digitale voetsporen van studenten te volgen. Vanaf het moment dat een student zich oriënteert op de website van de hogeronderwijsinstelling tot het moment dat hij als alumnus wordt geregistreerd, laat hij een digitaal spoor na. Die digitale voetsporen kunnen verzameld en geanalyseerd worden; dat levert omvangrijke dataverzamelingen op. Op basis van deze data is het mogelijk voorspellingen te doen over bijvoorbeeld de kwaliteit van het gebruikte onderwijsmateriaal, de wijze waarop docenten en studenten omgaan met het materiaal, het gebruik van de digitale leer- en werkomgeving et cetera. 

De mogelijkheden van learning analytics zijn groot, maar hoe past een opleiding of instelling ze succesvol toe? Dat valt of staat met de manier waarop learning analytics wordt toegepast in de onderwijspraktijk. Learning analytics werkt pas echt als we erin slagen de juiste vragen aan de data te stellen. Dat begint al bij het ontwerpen van online onderwijs: ga dus al in de ontwerpfase na welke vragen met learning
analytics beantwoord moeten worden.”

Zie ook de blogberichten over de andere publicaties van SURF over Learning Analytics

Whitepaper van SURF over Learning Analytics

LA_SURFWanneer alle systemen aan elkaar worden gekoppeld, krijg je inzicht in het leergedrag van de studenten, de kwaliteit van het onderwijs en de effectiviteit van de instelling. Meer inzicht levert beter onderwijs voor de student op. Het verzamelen, analyseren en rapporteren van data uit leeromgevingen is niet zo eenvoudig. Er zijn onderwijskundige, ethische, juridische en technische uitdagingen die meer duidelijkheid behoeven. De whitepaper beschrijft deze uitdagingen samen met praktijkvoorbeelden en tips voor docenten en instellingen.

Bron: SURF

Zie ook blog Wilfred Rubens over deze publicatie.

Meer informatie over dit thema zie de projectpagina Learning Analytics van SURF.

Learning Analytics

De pre-conferentie van Dé Onderwijsdagen stond in het teken van Learning Analytics

Learning analytics is het verzamelen, analyseren en rapporteren van data van studenten en leerlingen en hun omgeving, om zo het onderwijs en de omgeving waarin dit onderwijs plaatsvindt te begrijpen en te verbeteren. Door studiedata te analyseren kunnen we leergedrag beter begrijpen en daarmee verbeteren. Deze data geven inzicht in bijvoorbeeld het studiegedrag van studenten en leerlingen, de kwaliteit van het gebruikte onderwijsmateriaal,het gebruik van de digitale leer- en werkomgeving, de kwaliteit van toetsitems en de studievoortgang.

Het programma startte met de keynote [video | slides] van Hendrik Drachsler (OU) over de zes dimensies van Learning Analytics. In een vogelvlucht onderbouwd met veel wetenschappelijk onderzoek besprak hij de 6 dimensie die een rol spelen bij learning analytics, zie onderstaande afbeelding.

6dimensiesLA

Dat het complex is liet ook Niall Sclater (Jisc) [video | slides] zien. Zijn wij als onderwijsinstelling wel klaar voor learning analyics? Welk probleem willen we oplossen met de data? Hij sprak over ECAR Analytics Maturity Index for Higher Education. Een instelling heeft een visie en staforganisatie (met data-scientist, met ict-ers en statistici) nodig. Op basis van diverse onderzoeken gaf Sclater de volgende tips:

  1. start on a small scale
  2. support and empower the key stakeholders
  3. transparency and openness are key to success
  4. distribute learning analytics governance power structures
  5. minimise possibilities for conflict between different stakeholders by defining principles around the collection and use of the data

Zie ook de Jisc publicatie Code of practice for learning analytics en hun website Effective learning analytics.

In beide presentaties kwamen ethische en privacy issues ter sprake. Internetjurist Arnoud Engelfriet [video | slides] kwam hierop terug in zijn presentatie ‘Pijnbank van de privacywet’.

LAWBP

Waar moet een onderwijsinstelling op letten bij het verzamelen van studentgegevens? Op veel. Wat zijn persoonsgegevens en wat mogen we er mee? Niet veel. In de SURFpublicatie Learning analytics onder de wet bescherming persoonsgegevens worden randvoorwaarden benoemd bij verwerking van persoonsgegevens en op verplichtingen, bijvoorbeeld de informatieplicht en de beveiliging. Deze handreiking sluit af met een stappenplan.

Gegevens mag je alleen maar verzamelen voor het doel waarvoor je ze wilde verzamelen en niet voor andere doeleinden.

De middag werd afgesloten door wetenschapsjournalist Ionica Smeets, ook wel bekend als het wiskunde-meisje. Haar kernboodschap was: “denk na over data”, hou rekening met Simpsons paradox want

  • kleine effecten hebben grote gevolgen in grote groepen
  • pas op als je cijfers combineert
  • P<0.05 is niet heilig
 Meer over Learning Analytics op de Surf Onderwijsdagen vind je in het verslag van Inge Blauw: Learning Analytics: wat het kan, wat het nodig heeft en wat tricky is.

Code of practice for learning analytics

LearningAnalytics

CC-BY Doug Clow

Steeds vaker lees je over ‘gepersonaliseerd leren’. Geen toetsen meer, maar het hele jaar beoordeeld worden. Met learning analytics en adaptief onderwijs is dat mogelijk. Hiermee wordt wel privacygevoelige data verzameld. Hoe moeten we daarmee omgaan? Wietse van Bruggen (Kennisnet) introduceert in zijn bijdrage op Frankwatching duidelijk met welke morele dilemma’s onderwijsinstellingen in de nabije toekomst te maken krijgt.

Lees verder op Frankwatching: Learning analytics: hoe gaan scholen om met gepersonaliseerd leren?

Jisc (een vergelijkbare organisatie als SURF, het bevordert innovatie in onderwijs en onderzoek in het Verenigd Koninkrijk) heeft de Code of practice for learning analytics gepubliceerd. Onderwijsinstellingen die data verzamelen ten behoeve van Learning Analytics behoren dit op een wettelijke en ethische manier te doen (zie ook BIV-classificatie: Beschikbaarheid, Integriteit en Vertrouwelijkheid). Zij moeten transparant zijn in de wijze waarop zij data verzamelen en rekening houden met de privacy van de studenten.

ICT-trends

De “Fuzzy Top 15” ICT Trends 2012 van Surf gebaseerd op vier trendrapporten uit 2012:

Op basis van deze vier rapporten zag de top 15 van ICT trends er in 2012 als volgt uit:

1. Mobile Apps (HZ USA, UK, AUS/NZ), Mobile-Centric AppsApp Stores & Market Places (Gartner). Overal zijn tegenwoordig mobiele apps voor beschikbaar: van apps voor specifieke cursussen (bv. voor het vervoegen van werkwoorden; woordenboeken; apps voor fileopslag) tot apps voor generieke voor diensten (bv. apps voor geotagging, projecteren, afstandsbediening ). Apps zullen waarschijnlijk steeds specifieker en eenvoudiger worden en kunnen worden samengevoegd tot meer complexe oplossingen. Er komen steeds meer web apps (mobiele websites). De app stores van Apple en Android bieden een marktplaatsen van honderdduizenden apps voor mobiele gebruikers. De rol van IT verschuift naar het verstrekken en bemiddelen voor gebruikers.
2. Social Reading(HZ USA), Collaborate Env.(HZ AUS/NZ), New Scholarship (HZ UK), Contextual User Experience (Gartner). Op het kruispunt van elektronische boeken en sociale netwerken ontwikkelt zich sociaal lezen. Het gaat om samenwerkend leren en collectieve intelligentie. Een grote verscheidenheid aan websites en e-reading tools stellen gebruikers in staat om (passages uit) hun e-boeken en hun aantekeningen te delen met vrienden via e-mail, Facebook en Twitter. Zo ontstaan persoonlijke, virtuele boekenplanken voor collectief gebruik. Context-aware computing gebruikt informatie over een eindgebruiker of de omgeving van het object, zijn activiteiten, verbindingen en voorkeuren om de kwaliteit van de interactie met die eindgebruiker of het object te verbeteren. Context-aware computing anticipeert op behoeften van de gebruiker en presenteert pro-actief de meest geschikte en op maat gesneden content, product of dienst.
3. Learning Analytics (HZ USA, UK), Next Gen Analytics (Gartner).  Learning Analytics gaat over de interpretatie van een breed scala aan data die worden verzameld t.b.v. studenten om de studievoortgang te meten en toekomstige prestaties en potentiële problemen te voorspellen. In de leersituatie zullen we in de toekomst als we dat willen via Learning Analytics op die groepsprocessen allerlei analyses kunnen loslaten ter ondersteuning van de individuele student in een groepsproject.
4. Cloud Computing (HZ USA, UK, AUS/NZ, Gartner). In het dagelijks leven is cloud computing normaal geworden. Bijna iedereen die gebruik maakt van computers thuis, op het werk, op school, onderweg of in de sociale ruimte is afhankelijk van cloud computing voor z’n informatie, applicaties, diensten en toegang tot bestanden. Alle grote aanbieders zijn bezig met het doen van aanbiedingen om cloud-omgevingen te bouwen en cloud services te leveren. Er liggen goede kansen voor allerlei onderwerpen zoals digitaal toetsen, digitale leeromgevingen, digitale werk/samenwerkingsomgevingen, document management systemen, enzovoort. We zijn op weg naar gebruik van wat je handig vindt in plaats van dit is HET systeem waarin je moet werken.
5. Tablet Computing (HZ USA, UK, AUS/NZ, Gartner). Tablets, die de kenmerken van laptops, smartphones, en eerder tablet computers combineert, worden niet meer als een nieuwe categorie van de mobiele apparaten beschouwd, maar als een nieuwe technologie op zich. Een altijd-online technologie met duizenden apps om de omgeving te personaliseren. Een tablet is ideaal voor het delen van content, video’s, afbeeldingen en presentaties omdat ze voor iedereen gemakkelijk te gebruiken, visueel aantrekkelijke en zeer draagbaar is.
6. Game-Based Computing (HZ USA, UK, AUS/NZ). Er worden veel (educatieve) games ontwikkeld: doelgerichte games; sociale games; niet-digitale games die gemakkelijk te bouwen en te spelen zijn en commerciële games die bedoeld zij voor het verbeteren van team- en de groepsvaardigheden. Rollenspellen en andere vormen van simulaties staan bekend om hun brede toepasbaarheid.
7. Open Content (HZ UK). Informatie is overal, de uitdaging is er om effectief gebruik van te maken. Open Content (Open Educational Resources OER) gaat niet alleen over het delen van informatie, maar ook over het delen van didaktiek en ervaringen. Een deel van de aantrekkelijkheid van OER is dat het ook een antwoord is op de stijgende kosten van traditioneel gepubliceerd middelen en het gebrek aan onderwijsfaciliteiten in sommige regio’s. Aanpasbare educatieve inhoud – aanwijzingen hoe er mee om te gaan – worden in toenemende mate gratis ter beschikking gesteld via het internet. Zie b.v.www.wikiwijs.nl
8. Augmented Reality (HZ USA, UK, AUS/NZ). Het leggen van informatie over de 3D-ruimte zorgt voor een nieuwe ervaring van de wereld, ook wel aangeduid als “blended reality”. Studenten kunnen nieuwe inzichten ontwikkelen op basis van interactie met virtuele objecten die onderliggende data aan de oppervlakte brengen. Dynamische processen, uitgebreide datasets en objecten die te groot of te klein zijn om te worden gemanipuleerd kunnen binnen het bereik van de student worden gebracht op zo’n schaal en in zo’n vorm dat die gemakkelijk te begrijpen en te manipuleren zijn.
9. Digital Identity (HZ USA, AUS/NZ). Management van Digitale Identiteit richt zich op het gebruikers in staat stellen om één enkele digitale identiteit te creëren die overal kan worden gebruikt waar een login nodig is voor de toegang tot websites en diensten. Zo’n digitale identiteit herkent je overal waar een login nodig is. Digitale identiteit maakt ook een bredere controle mogelijk buiten informatiesystemen; er is maar één traject te gaan om iemands complete digitale voetafdruk terug te vinden. Het curriculum kan worden gepersonaliseerd op basis van de interesses van studenten en op basis van hun digitale gedrag in het verleden. Het maakt het bovendien mogelijk docenten en studenten naadloos te verbinden met bronnen over meerdere apparaten en websites.
10.Internet of Things (HZ USA, Gartner), Smart Objects (HZ UK, AUS/NZ). Het internet van dingen gaat over hoe het internet zal zich uitbreiden naarmate sensoren en intelligentie worden toegevoegd aan fysieke voorwerpen zoals consumenten-apparaten of fysieke activa en deze objecten zijn aangesloten op het internet. Een slim object heeft vier belangrijke kenmerken: het is klein, en dus gemakkelijk te bevestigen aan bijna alles; het heeft een unieke identificatie; het heeft een kleine gegevensopslag; het heeft een manier om die informatie op verzoek te communiceren naar een extern apparaat. Slimme objecten verbinden de fysieke wereld met de wereld van de informatie, het is deze link die het “internet van dingen” mogelijk zal maken.
11. Gesture Based Computing (HZ USA, AUS/NZ). De Xbox Kinext, de iPhone en iPod Touch, de Nintendo Wii en andere op gebaren gebaseerde systemen accepteren input in de vorm van aanraken, hand- en armbewegingen en andere lichaamsbewegingen. Alternatieve input devices stellen computers in staat natuurlijke fysieke, menselijke bewegingen te interpreteren als controlemiddel. Gesture-based computing stelt gebruikers in staat om deel te nemen in de virtuele activiteiten met gebaren en beweging vergelijkbaar met wat ze zouden gebruiken in de echte wereld, daarmee inhoud intuïtief manipulerend.
12. Personal (HZ AUS/NZ) and Adaptive (HZ USA) Learning Env.Semantic Applications (HZ UK). Persoonlijke leeromgevingen (PLE’s) zijn systemen die zelfsturend en samenwerkend leren mogelijk moeten maken. Ze worden ontworpen rond de specifieke (leer)doelen van elke gebruiker afzonderlijk, met veel mogelijkheden voor flexibiliteit en maatwerk. Het is al vrij gemakkelijk om op maat gemaakte, persoonlijke web-based omgevingen te creëren, gericht op het expliciet ondersteunen van de sociale, professionele-, leer- en andere activiteiten. Online materiaal, eenmaal gevonden, kan zonder problemen worden opgeslagen, gelabeld, gecategoriseerd, en hergebruikt. Het is de bedoeling dat Adaptieve Leeromgevingen (ALE’s) reagerend zijn, waardoor de tools, de inhoud, voorbeelden en concepten real-time wijzigen op basis van (bijv. analytics aan) de manier waarop de studenten daadwerkelijk aan het leren zijn. Semantic-aware toepassingen interpreteren de betekenis (semantiek) van informatie op het internet om op basis daarvan verbindingen te maken en antwoorden te geven die anders veel tijd en moeite zouden kosten. Nieuwe applicaties / omgevingen gebruiken de context van informatie evenzeer als de inhoud zelf om relaties te leggen tussen bits van data; voorbeelden als TripIt, SemaPlorer en Xobni organiseren informatie over reizen plannen, plaatsen, of e-mail contacten en geven die weer in handige formaten gebaseerd op inhoudelijke verbanden.
13. Electronic Publishing (HZ AUS/NZ). Elektronisch publiceren ontwikkeld zich zodanig dat de de grenzen tussen print en digitaal; foto en video; passief en interactief ter discussie gesteld wordt. Moderne digitale workflows ondersteunen alle mogelijke manieren van publicatie: van traditionele print naar digitaal, web, video, en zelfs interactieve content. Tijdschrift redacteuren, bijvoorbeeld, zullen een stuk zodanig produceren , dat het te publiceren is in het tijdschrift, maar ook op het web, en in een video – en het eindproduct zou in elk van deze vormen kunnen verschijnen.
14. Haptic Interfaces (HZ USA). Haptische interfaces zijn interfaces waarbij informatie via de tastzin op een intuitieve manier wordt overgedragen. Ze worden al op grote schaal toegepast bij medische, technische, militaire en andere simulaties, in themaparken en spelletjes. De meest voorkomende haptische interfaces maken gebruik van trillingen als een zintuiglijk signaal, maar haptics maken ook gebruik van sensaties, zoals beweging, temperatuur, textuur, en druk om de non-verbale signalen en informatie aan de gebruiker over te brengen. Vaak kunnen zeer subtiele signalen een ervaring veel authentieker maken, een functie die brede gebruik heeft in de medische en flight simulators, maar ook in de populaire simulators in pretparken, maar een dergelijke feedback is duur om te produceren.
15. Telepresence (HZ UK). Telepresence (videoconferencing met HD) is een vorm van vergaderen op afstand, waarin de deelnemers fysiek aanwezig lijken te zijn in de conferentie ruimte. Lichaamstaal en oogcontact worden gemakkelijk overgedragen en geïnterpreteerd door de betrouwbare, grote schermen. Telepresence is vaak een aanvulling bij onderwijs op afstand, gezamenlijke opleidingen met studenten in andere geografische gebieden, en gastcolleges.